Onderhoud aan noodverlichtingssystemen is om meerdere redenen van belang. Het verkleint de kans op storingen, waardoor het systeem paraat is op het moment dat de netspanning wegvalt. Daarnaast bevordert goed onderhoud de levensduur van de armaturen en de effectiviteit van de noodverlichting. Uitgangspunt bij onderhoudswerk is altijd dat de noodverlichting onder gelijkblijvende omstandigheden de vereiste prestaties kan leveren tot aan het volgende periodieke onderhoud of ten minste voor de duur van een jaar.

Noodverlichting onderhoud

Startpunt bij het periodiek onderhoud: het meest recente inspectierapport en logboek met daarin de beschrijving van de vorige onderhoudsbeurt raadplegen. In het logboek bevinden zich de meest recente tekeningen van een installatie. Er kunnen openstaande punten of aanbevelingen zijn om tijdens het onderhoud op te pakken. Is er geen logboek aanwezig? Dan is er eerste een inspectie van het systeem noodzakelijk.

Voor onderhoud aan decentrale noodverlichting is er een stappenplan:

  • Stap 1 – visuele inspectie
  • Stap 2 – vaststellen laatste controledatum
  • Stap 3 – onderzoek buitenkant armaturen
  • Stap 4 – functiettest
  • Stap 5 – vervangen lichtbron
  • Stap 6 – onderzoek binnenkant armatuur
  • Stap 7 – onderhoud afronden

Stap 1  – visuele inspectie

Tijdens een visuele inspectie controleer je:

Locatie en plaatsing
Hangt de juiste armatuur op de juiste plaats en is deze correct bevestigd? In een vochtige ruimte is het bijvoorbeeld belangrijk dat de juiste armatuur met de correcte IP-waarde (International Protection rating voor waterdichtheid) is geplaatst.
Is de armatuur op de juiste hoogte gemonteerd?

Merk en type
Wat is het merk armatuur en het type? Er is geen vaste plaats waar dit vermeld staat.
Veiligheidssignalering (indien het een vluchtrouteaanduiding betreft).
Is de juiste vluchtrouteaanduiding gebruikt? (NEN 6088 / NEN-EN-ISO 7010 of NEN 3011).

Herkenningsafstand
Is de herkenningsafstand van het pictogram correct? De juiste afstand is te berekenen door de hoogte van het pictogram met 200 te vermenigvuldigen als er intern aangelichte armaturen zijn toegepast. Bij extern aangelichte armaturen moet de hoogte met 100 vermenigvuldigd worden. Let ook op de omgeving. Het gezichtsveld mag niet belemmerd zijn door obstakels.

Foutmeldingen
Is er sprake van een foutmelding? Bij een zelftest armatuur geeft één of meerdere leds aan wat de eventuele storing is. Een continu brandende groene led betekent bij alle merken dat de armatuur in orde is.

Stap 2 – vaststellen laatste controledatum 

Door het vaststellen van de laatste controledatum is op te maken of de onderhoudsintervallen voldoen. Dit kan tevens iets zeggen over de staat van de noodverlichtingsinstallatie. Deze gegevens zijn terug te vinden op het onderhoudsdocument of op het controlelabel dat op de armatuur is aangebracht.

Stap 3 – onderzoek buitenkant armaturen

Warmteontwikkeling
Controleer of de directe omgeving van de armatuur niet te heet wordt.

Hitteschade
Door overbelasting van de accu of defecte elektronica kan de temperatuur hoog oplopen in de armatuur waardoor er schade aan de armatuur ontstaat.

Vochtschade
Controleer of het armatuur de juiste IP waarde heeft (stof- en waterdichtheid) voor de plek waar deze hangt bijvoorbeeld:

Kantoren – minimaal IP20
Zwembaden – minimaal IP65/66
Kleedkamers met open doucheruimte – minimaal IPx4 (of minimaal IPx5 als de ruimte met een slang wordt gereinigd)
Onder een overkapping – minimaal IP23

Mechanische schade
Controleer of de armatuur zelf in goede staat verkeert.

Stap 4 – functietest

Omschakelen naar noodbedrijf
Een noodverlichtingsarmatuur dient automatisch te worden ingeschakeld bij spanningsuitval. Dit test je door de armatuur spanningsloos te maken of de testknop in te drukken. 

Responstijd bij decentrale armaturen
Responstijd is de interval tussen het uitvallen van de stroom en het inschakelen van de noodverlichting: binnen 15 sec op 100%.

Reflectie
De reflectieplaat (bij TL-armaturen) zorgt mede voor een goede lichtverspreiding. Zorg dat deze reflectieplaat schoon is.

Automatisch testende armaturen hoeven niet te zijn voorzien van een testknop omdat die zichzelf testen.

Stap 5  – vervangen lichtbron

Controle contactelementen
Controleer of de lampvoetjes (bij TL-armaturen) heel zijn en of er geen sprake is van corrosie, oxidatie of vervuiling.

Vervangen lichtbron
Levensduur van TL-lichtbronnen die permanent branden is globaal een jaar en worden jaarlijks preventief vervangen.

TL-lichtbronnen die niet permanent branden worden vervangen bij een accu vervanging.

LED-lichtbronnen hebben een maximaal aantal branduren. Na die tijd zullen de lichtbronnen mogelijk nog wel branden, maar de lichtopbrengst is dan voor noodverlichtingstoepassing niet meer toereikend. In de praktijk wordt dan het gehele armatuur vervangen.

Let op bij het openen en vervangen dat er geen vette vingerafdrukken en stof achter worden gelaten; dit beïnvloedt de lichtopbrengst.

Werking testen
Na het vervangen van de lichtbron dient de functionaliteit van de armatuur getest te worden.

Stap 6 – onderzoek binnenkant armatuur

Vaststellen leeftijd armatuur
De leeftijd van de armatuur is veelal terug te vinden aan de binnenzijde, op de printplaat of op het typeplaatje. Raadpleeg de richtlijn ISSO 79 voor de technische levensduur (of raadpleeg de fabrikant die van zijn product de technische levensduur kent).

Over het algemeen zijn armaturen met een TL-lichtbron na 16 jaar permanent branden aan vervanging toe. Bij LED-armaturen is de lichtopbrengst na 100.000 uren permanent branden zo ver teruggelopen dat vervanging na 10 tot 12 jaar noodzakelijk is.

Hitteschade en lekkage
Controleer eventuele hitteschade aan het armatuur en de printplaat en check of er sprake is van lekkage. Vervang armatuur bij lekkage.

Aansluitingen en bedradingen
Is de armatuur geïnstalleerd conform de NEN 1010? Zijn de aders voorzien van een onbeschadigde mantel en is de bedrading van de armatuur onbeschadigd?
Vervang armatuur als de bedrading van het armatuur ernstig is beschadigd.

Vervangingsdatum accu
Accu’s dienen preventief na 4 jaar vanaf de productiedatum vervangen te worden tenzij anders door de fabrikant gespecificeerd.

Registreer het soort accu (NiMH, NiCd), spanning, stroomsterkte en de bouwvorm: 

Side By Side: de accucellen liggen naast elkaar 
Stick: de accucellen liggen achter elkaar 
Driehoek: de accucellen liggen in een driehoek op elkaar
Ruit: de opbouw is ruitvormig

Stap 7 – onderhoud afronden

Het onderhoud rond je op de volgende manier af:

  • Vuiligheid verwijderen en vingerafdrukken voorkomen

Met name op perspexplaten zie je snel vuiligheid. Gebruik bij voorkeur handschoenen en verwijder vingerafdrukken. 

  • Breng een onderhoudslabel aan
  • Gegevens vastleggen

Door de status van een noodverlichtingsinstallatie vast te leggen, bouw je een onderhoudshistorie op om later op terug te vallen.

  • Adviseren

Noteer acties ter verbetering van zaken die onder het gewenste prestatieniveau liggen.

Noodverlichting inspectie

Even cruciaal als het ontwerp van een goede noodverlichtingsinstallatie is de betrouwbaarheid. Zorgvuldige en deskundige inspectie is daarom noodzakelijk. Van belang is dat er met de opdrachtgever afgestemd is aan welke normen moet worden voldaan. Een inspectie vindt plaats na de oplevering van de installatie, bij een nieuwe opdracht, bouwkundige wijzigingen of een wijziging van de noodverlichtingsinstallatie en minimaal één keer per jaar, om vast stellen of het systeem aan de vereiste normen voldoet.

Noodverlichting aansluiten

Decentrale noodverlichting heeft altijd constante voeding nodig. Op de voeding van de lichtgroepen van een betreffende ruimte. Veel decentrale noodverlichtingsarmaturen zijn bovendien ook op een geschakelde fase aan te sluiten. Zodat ze mee kunnen schakelen met de gewone verlichting.

Centrale noodverlichting is direct achter een noodvoedingssysteem of onderstation aangesloten. Het centrale noodvoedingssysteem is geïnstalleerd volgens wet- en regelgeving.

Bij het aanleggen van de kabelinfrastructuur moet met betrekking tot het centrale noodvoedingssysteem rekening worden gehouden met de bekabeling en afdichtingen tussen diverse brandcompartimenten. Belangrijk is dat een eventuele brand in het ene brandcompartiment geen nadelige invloed heeft op de noodverlichting in andere compartimenten.

Veilig werken aan noodverlichting

Onderhoud aan noodverlichtingsarmaturen betekent werken aan een laagspanningsinstallatie. Personen die beroepsmatig werkzaamheden gaan verrichten aan installaties en apparatuur waarop tot 1000V spanning staat, en geen of onvoldoende elektrotechnische opleiding hebben genoten, dienen bekend te zijn met de risico’s bij het werken met elektriciteit.

Medewerkers behoren niet alleen te worden geïnformeerd over de risico’s en gevaren bij het werken aan elektrische installaties. Ze dienen geïnstrueerd te zijn op de uit te voeren werkzaamheden. Door de werkgever is vastgelegd wat een medewerker wel en niet doet.