Projectering

Onder projectering wordt verstaan het dusdanig plaatsen van draagbare blustoestellen in een pand of object, dat een zo verantwoord mogelijke beveiliging tegen brand ontstaat.

 

 Projectering Blustoestellen volgens de NPR4001.

 

Zonering:

Het te beveiligen object wordt verdeeld in zones met een overeenkomstig gebruik en brandrisico. De zones komen veelal overeen met de brandcompartimentering.

 

Basisbeveiliging:

De basisbeveiliging van een gebouw wordt als volgt gerealiseerd.

-          Minimaal 1 blustoestel met een inhoud van 6 kg Poeder of 6 liter Schuim per 150 m2 vloeroppervlak; of

-          Minimaal 1 blustoestel met een inhoud van 9 / 12 kg Poeder of 9 liter Schuim per 200 m2 vloeroppervlak;

-          Minimaal 2 blustoestellen per zone;

-          Zones < 100 m2 en kleine vrijstaande gebouwen moeten uitgerust worden met minimaal 1 blustoestel van 6 / 9 / 12 kg Poeder of 6 / 9 liter Schuim;

 

Bllustoestellen met CO2 als blusstof kunnen vanwege het geringe blusvermogen niet worden gebruikt voor de basisbeveiliging.

 

Blustoestellen voor de basisbeveiliging moeten zich op elk punt in het gebouw binnen 20 meter loopafstand bevinden, moeten goed bereikbaar zijn en moeten zijn voorzien van de juiste veiligheidssignalering.

 

Aanvullende beveiliging

Specifieke risico’s binnen het gebouw kunnen worden voorzien van aanvullende beveiliging.

De blustoestellen die zijn bestemd voor aanvullende beveiliging kunnen een kleinere inhoud hebben dan de toestellen voor de basisbeveiliging en kunnen bovendien CO2 bevatten als blusstof.

Een koolzuursneeuwblusser voor bijvoorbeeld een computerruimte is dus geen onderdeel van de algemene beveiliging, maar van de aanvullende beveiliging.

Een blustoestel voor aanvullende beveiliging bevindt zich binnen 5 meter van het specifieke risico waarvoor het bestemd is.

 

Aan deze projectering zijn geen rechten te ontlenen en is alleen bedoeld ter informatie.

 

Brandweerwet en MBBV

In de Brandweerwet en de Model Brandbeveiligingsverordening (MBBV) is een uitgebreid aantal zaken op brandbeveiligingsgebied geregeld. In hoofdstuk D van de MBBV wordt gesteld dat er bij brandgevaar een mogelijkheid van brandmelding, alarmering en brandbestrijding dient te zijn.

 

Met het stellen van deze eisen wordt beoogd het redden van mensen en dieren, het voorkomen van ongelukken, brandoverslag en schade aan derden en het bereiken van een zo groot mogelijke veiligheid bij het bestrijden van de brand.

 

Afhankelijk van de inrichting van pand of object worden bepaalde maatregelen geëist. In de tabellen, opgenomen in de bijlagen 3 tot en met 9 van de MBBV, komen deze afzonderlijk of per groep aan de orde.

 

Op grond van de MBBV is het mogelijk dat voor een pand dat geen belendende percelen heeft, waar geen risico voor brandoverslag aanwezig is of enig gevaar te duchten valt, er geen blusmiddelen worden geëist.

 

Zijn blusmiddelen wel geëist, dan heeft de eigenaar ook de plicht ervoor te zorgen dat de blusmiddelen in goed werkende staat verkeren.

 

Eisen van verzekeraars

Gewoonlijk zal de eigenaar van een pand of object op brandveiligheidsgebied ook geconfronteerd worden met eisen van zijn brandverzekeraar. Deze eisen vallen weliswaar buiten het wettelijk kader, maar zijn ten aanzien van de brandverzekering dwingend voorgeschreven.

 

Enige jaren geleden hanteerden de brandschadeverzekeraars nog de richtlijnen van het Tariferingbureau voor het bepalen van het aantal en soort blusmiddelen. Deze tarieflijst wordt als zodanig echter niet meer gebruikt. Het NCP (Nationaal Centrum voor Preventie) geeft deze richtlijnen, voor de soort en aantallen blusmiddelen, nog steeds uit.

 

Bij schadeverzekering gaat de verzekeraar uit van het voorkomen en beperken van brand en schade. Dit is een economische benadering, namelijk het voorkomen van kapitaalvernietiging. De eisen voor te treffen maatregelen zullen op grond daarvan ook gelden voor panden zonder belendende percelen. Een verzekeraar kan dan ook aanvullende eisen stellen, die verder strekken dan de eisen gesteld in de MBBV. Naast draagbare blustoestellen, slanghaspels en handbrandmelders kan bijvoorbeeld ook een automatische brandmeld- of blusinstallatie worden geëist.

 

 

De meest voorkomende automatische blusinstallatie is de automatische sprinklerinstallatie. Waar water zou leiden tot grote gevolgschade, bijvoorbeeld in computerruimten, worden automatische blusgasinstallaties voorgeschreven.