Brandbaarheid Textiel

De meeste textiele materialen die worden toegepast in kleding, meubelstoffen, gordijnen en bedtextiel zijn brandbaar. Gelukkig ontbrandt textiel niet spontaan, maar hiervoor is een bepaalde ontstekingstemperatuur nodig. Als het textiel eenmaal is aangestoken, dan hangt het van het materiaal af of en hoe snel de brand zich verspreidt. Bij het aansteken van het textiel wordt een gedeelte van het materiaal gepyroliseerd (ontleedt door warmte), waarbij de gassen kunnen reageren met zuurstof in de lucht. Hierbij komt dan meestal weer zoveel energie vrij dat meer textiel gepyroliseerd wordt en de brand kan worden onderhouden.

 

Een goede maat voor de brandbaarheid van textiele vezels is de Limiting Oxygen Index (LOI) de hoeveelheid zuurstof die nodig is om een brand te kunnen onderhouden.
In onderstaande tabel zijn voor enkele vezels deze waarden gegeven.

 

 Vezel  LOI   Ontsekingstemperatuur in °C  Smeltpunt in °C 
 Poly-acryl  18.2   465-530   250 
 Katoen   18.4  400  -
 Polypropeen  18.6  570  164-170
 Viscose  19.7  420  -
 Polyamide  20.1  485-575  215-255
 Polyester  20.6  485-560 250 
 Wol  25.2  570-600  -
 Modacryl  26.8  - 160-190 
Aramide   30  -  >316

 

Naast de chemische samenstelling van het textiel, waaronder ook mengingen van vezels, spelen ook de constructie van het materiaal (weefsel, breisel), het m²-gewicht van het doek, en de hoeveelheid ingesloten lucht in het doek een belangrijke rol bij de brandbaarheid van textiele materialen. Bij lichtgewicht volumineuze textiele stoffen en bij stoffen met een laag m²-gewicht (< 100 g/m²) is de brandbaarheid het grootst. Dit wordt veroorzaakt doordat bij een geringe massa de ontstekingstemperatuur snel kan worden bereikt (de warmte van de ontstekingsbron wordt niet verspreid) en doordat lucht gemakkelijk kan toetreden.
Dit is essentieel voor het onderhouden van de brand.
De brandbaarheid van textiel kan worden beperkt door het aanbrengen van brandvertragende finishes. Er zijn tal van brandvertragende finishes voor textiel.

 

De werking van deze finishes kan berusten op een aantal principes:

-         het verlagen van de temperatuur bij het vlamfront waardoor de pyrolise-snelheid afneemt en dus de heftigheid van de brand vermindert

-       het wegnemen van zuurstof bij het vlamfront door de vorming van niet brandbare gassen

 

 

      Deze brandvertragende middelen kunnen ofwel permanent op het textiel worden aangebracht, waarbij een zekere wasbestendigheid wordt gegarandeerd, of in de vorm van zouten die in contact met water worden afgespoeld. Deze laatstgenoemde zijn natuurlijk minder geschikt voor kleding. De permanente vlamvertragende middelen worden veel toegepast in onder andere werkkleding. Een nadeel van vlamvertragende verbindingen is dat ze in nogal grote hoeveelheden moeten worden aangebracht (5-10% van het doekgewicht) en dat ze o.a. de greep (soepelheid) van de stof nadelig beïnvloeden.

 

Aankooptips
 

Nagenoeg niet ontvlambaar

Toepassing

Opmerkingen

Polyamide

ruimtevaart, autocoureurs

als mengsel o.a. met wol

Aramide

brandweeruniformen, beschermende kleding bij brand

 

Polyvinylchloride,PVC,Chloorvezel

Sportkleding, vulling, gestikte dekens, dekbedden

Bij brand ontwikkeling van zoutzuurgas

 

Moeilijk ontvlambaar

Toepassing

Opmerkingen

Polyester

Kleding, dassen, shawls, rokken, vitrages, vulling van gestikte dekens en dekbedden

Smelt bij brand en geeft dan sterke rookontwikkeling. In zuivere vorm moeilijk brandbaar.

Polyamide

Dameskousen, sokken, sportkleding, parachutes

Smelt bij brand met blauwzuur ontwikkeling. In zuivere vorm moeilijk brandbaar.

Wol

Algemeen

Smelt niet. Als het brandt ontwikkeling van blauwzuur.

 

Gemakkelijk ontvlambaar

Toepassing

Opmerkingen

Polypropyleen

Kleding, tapijten, meubelbekleding, dekens, kousen, sokken

Brandt en vormt brandende druppels

Katoen

Kleding en woningtextiel

Gloeit na, smelt niet.

Linnen

Kleding, zakdoekjes, tafellinnen en woningtextiel

Gloeit na, smelt niet.

Jute

Zakken, bespanningstof, matten, gordijnen, achterkant tapijten

 

Kapok

Doorgestikte dekens en matrassen

 

Polyacrylnitril, Acryl

Boven- en onderkleding, bedrijfskleding, woningtextiel, trainingspakken

Brandt als katoen, ontwikkelt dan blauwzuurgas.

Triacetaat

Dameskleding, pyjama's, handschoenen, badkleding

Wordt evenals viscose uit cellulose vervaardigd.

Viscose (vroeger kunstzijde en rayon genoemd)

Kleding en woningtextiel

Wordt uit cellulose vervaardigd.

Polyurethaan

Badpakken, stretchkleding, korsetten, steunkousen

Ontwikkelt bij brand blauwzuurgas.

 

Kleding

-         Let op het etiket. Dit vermeldt de vezels waaruit het product is samengesteld. Aarzel niet om informatie te vragen aan winkeliers en leveranciers.

-         Ruimvallende kleding brandt sneller en feller dan nauwsluitende kleding.

-         Veel kindertrainingspakken zijn gemaakt van nylon. Alhoewel nylon niet snel vlam vat, kan het door een hittebron wel smelten en zeer hete smeltdruppels vormen die in de huid inbranden en ernstige brandwonden veroorzaken. Acryl vormt geen smeltdruppels, maar is gemakkelijk brandbaar. Beter is een stevige kwaliteit katoen.

 

 

 Woningtextiel

-         Let bij de aanschaf op de brandeigenschappen. Lees de etiketten. Aarzel niet om winkeliers en leveranciers om informatie te vragen.

-         Beoordeel beklede meubels vooral op de ontvlambaarheid van de bekleding en op de aanwezigheid van een niet-brandbare interliner.

-         Een moeilijk brandbaar CMHR-schuim zal aanzienlijk minder bijdragen tot de brandvoortplanting en tot de ontwikkeling van giftige rook.

 

Extra

Hier zijn nog wat berichten van het ANP over dit onderwerp.
Het kwam namelijk behoorlijk in de belangstelling naar de ramp in Volendam:


Detailhandel pleit voor kledingetiket over brandgevaar Datum: 02-01-2001

DOORN (ANP) - Consumenten zouden met een etiket moeten worden gewaarschuwd voor de brandgevaarlijkheid van kleding. Dat bepleit directeur J. Meerman van de brancheorganisatie voor de modedetailhandel Mitex. Ook de organisatie voor confectieleveranciers Modint pleit voor een betere voorlichting over brandgevaarlijke kleding. Het Nederlands Instituut voor Brandweer en Rampenbestrijding NIBRA, steunt het voorstel. Woordvoerder R. Hagen benadrukt dat het niet uitmaakt wat mensen dragen als er geen brand uitbreekt, maar vindt het goed als etikettering ze wijst op eventueel brandgevaar van kleding. Hagen en directeur Meerman van Mitex reageerden op de ramp in Volendam waarbij de slachtoffers veelal synthetische kleding droegen. Volgens de directeur is kleding er de afgelopen twee jaar wat brandveiligheid betreft alleen maar op achteruit gegaan. Het modebeeld wordt bepaald door dunne kunststoffen en synthetische,,technokleding'' met een plasticachtige uitstraling. ,,Als dat gaat branden plakt het bijna aan je lichaam. Wol en katoen doen dat minder snel.'' Maar juist de vluchtige artikelen van een paar tientjes die na drie maanden de vuilnisbak ingaan, doen dat wel, stelt Meerman, wiens organisatie 10.000 modezaken vertegenwoordigt. Veiligheid of geld speelt bij de aankoop volgens hem geen rol, mode en trends wel. Tot de brand in de Volendamse jongerencafés leefde de brandgevaarlijkheid van kleding noch bij de consument, noch bij de branche, vertelt de directeur. Hij vindt het echter tijd dat de detailhandel en de leveranciers zelf het initiatief nemen en consumenten met een etiket waarschuwen voor brandgevaar. ,,Net zoals nu in een kledingstuk een was- en strijkvoorschrift zit.'' Voor zover hij weet, gebeurt dit nu alleen bij hoge uitzondering bij hele dure kinderkleding of stola's. De brancheorganisatie voor confectieleveranciers Modint wil eerst overleg over het verbeteren van consumentenvoorlichting over de brandveiligheid van kleding. Het in Amsterdam gevestigde Modint wil daarover praten met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Consumentenbond. Een woordvoerster sluit niet uit dat dit overleg tot verder gaande afspraken leidt. Zij wijst erop dat de brancheorganisaties na een vergelijkbaar overleg in 1997 met VWS en de Consumentenbond een convenant hebben afgesloten over nachtkleding. Dit gebeurde volgens het ministerie voor het intrekken van de Warenwet. In het convenant zijn afspraken gemaakt over materiaalgebruik en waarschuwingsetiketten voor brandgevaar bij open vuur. Ook zijn strengere afspraken vastgelegd voor babynachtkleding en verkleedkleren voor kinderen, zoals cowboy- of indianenpakken. Een woordvoerder van het ministerie van VWS laat weten dat het convenant voor 97 procent wordt nageleefd.

 

Synthetische kleding niet de oorzaak van brandwonden  Datum: 03-01-2001

BEVERWIJK (ANP) - Medisch specialisten van het Brandwondencentrum in Beverwijk denken niet dat de synthetische kleding een belangrijke oorzaak is van letsel bij de gewonden bij de cafébrand in Volendam. Dat maken ze op na een eerste inspectieronde langs zestien slachtoffers in ziekenhuizen in Amsterdam, zo is op een persconferentie in Beverwijk meegedeeld. De zestien slachtoffers liggen in het VU Ziekenhuis, het Slotervaart Ziekenhuis en Andreas/Sint Lucas-ziekenhuis. Alle zestien bevinden zich in een stabiele toestand. Direct na de ramp in de oudejaarsnacht werd duidelijk dat veel jongeren in het café lichtontvlambare synthetische kleding droegen. De detailhandel pleitte daarop voor een kledingetiket met de brandrisico's. Toch denkt H. van der Veen, verbonden aan het Brandwondencentrum, niet dat dit de brandwonden heeft veroorzaakt. Hij gaat daar vanuit omdat onder de zestien patiënten bij slechts ,,een enkele uitzondering'' de kleding was ingebrand. Van der Veen noemde het verder opvallend dat alle patiënten die het medische team heeft gezien min of meer hetzelfde letsel hebben. Het gaat daarbij om verwondingen aan het gelaat, de handen en in iets minder gevallen om de onderarmen. Volgens Van der Veen zit het letsel juist hier omdat het vuur in het café van boven naar beneden kwam. Omdat het allemaal om jonge mensen gaat voor wie uiterlijk heel belangrijk is, denken de specialisten dat het trauma dat ze oplopen veel groter zal zijn dan bij een gemiddelde brandwondenpatiënt. De diverse ziekenhuizen zorgen voor de eerste psychologische hulp bij de verwerking hiervan. Volgens plastisch chirurg F. Groenevelt hebben patiënten met ernstige gelaatsverminkingen nog een lange medische weg te gaan. Sommigen staat een ,,zeer groot aantal operaties'' te wachten. Het grote aantal gewonden veroorzaakt flinke druk op het personeel in de ziekenhuizen. Anders dan andere patiënten, hebben brandwondenpatiënten de hele dag een verpleegkundige nodig. Daarom zijn reguliere operatieprogramma's opgeschort. Spoedgevallen zullen er niet onder lijden, zegt Van der Veen. Dat patiënten naar het buitenland door capaciteitsgebrek hebben moeten uitwijken, noemt chirurg Groenevelt ,,heel vervelend''. Zodra zij verder behandeld kunnen worden in Nederland, zullen zij voorrang krijgen. Het Brandwondencentrum overweegt de mogelijkheid om op termijn een polikliniek in Volendam zelf te openen, zodat getroffenen dicht bij huis verder kunnen worden behandeld. Dr. M. Hunfeld van het Brandwondencentrum zei woensdag te betreuren dat er een communicatiestoornis is ontstaan tussen het Beverwijkse ziekenhuis en de gemeente Volendam over het dodenaantal van dinsdag. Het Brandwondencentrum noemde toen tien doden, burgemeester IJsselmuiden van Volendam bleef bij negen. De ,,ongewilde competitiesfeer'' noemde Hunfeld ,,heel vervelend'' voor de nabestaanden. Het Brandwondencentrum wil de gemeente Volendam ,,niet verder voor de voeten lopen'' en zal zich niet meer aan uitspraken over aantallen doden wagen.

 

Spoedoverleg branche over brandbaarheid van kleding    Datum: 03 –01 –2001

Kledingfabrikanten en winkeliers overleggen nog deze week over het invoeren van strengere regels voor de brandveiligheid van kleren. Zij komen bijeen naar aanleiding van de cafébrand in Volendam waarbij bezoekers extra zware verwondingen opliepen door hun kunststof kleding. De branche overweegt, in samenwerking met het ministerie van Volksgezondheid, waarschuwingsetiketten en vlamvertragende stoffen verplicht te stellen.